Walrussen

De walrus is de grootste vinpotigensoort. Walrussen komen in het hele noordpoolgebied voor waar ze vaak in grote groepen worden waargenomen op rotsstranden.

Walrussen baren hun jongen na een draagtijd van 15 maanden tussen april en juni. De jongen worden vaak in het water gezoogd en kunnen dan ook na de geboorte gelijk zwemmen. De jongen zogen meestal 2 jaar, maar beginnen na een half jaar al vast voedsel zoals schelpdieren en andere dieren die op de zeebodem leven te eten.
De paartijd ligt tussen januari en maart, de mannetjes zoeken de vrouwtjes dan op en een paring vindt onderwater plaats.


Bijzondere walrussengroep in het Dolfinarium
De eerste walrussen kwamen in de jaren 70 naar het Dolfinarium. Het Dolfinarium begon met drie walrussen die in het begin in de koepel verbleven. Naarmate de dieren ouder en groter werden, werd een apart verblijf gebouwd voor de walrussen, genaamd Nova Zembla. In 2005 kregen de walrussen een nieuw verblijf in de Odiezee. Het oude verblijf van de walrussen werd omgebouwd tot een nieuw bruinvissenverblijf.
Uniek aan de groep in het Dolfinarium zijn de fokresultaten, het Dolfinarium is één van de weinige parken in de wereld die meerdere malen succesvol heeft gefokt met haar walrussen. Drie keer werd er een gezond jong geboren in waarvan er nu nog twee in het park leven. De walrussengroep bestaat op dit moment uit vier dieren en is daarmee één van grootste groepen in een dierenpark. 

In het kort:
- Vrouwtjes:
- Tussen de 800 tot 1300 kilo zwaar
- Maximaal 3 meter lang
- Maximaal 40 jaar oud
- Mannetjes:
- Maximaal 3,6 meter lang
- Tussen de 1200 tot 1800 kilo zwaar
- Maximaal 40 jaar oud 
- Voedsel: schelpdieren en andere kleine dieren die leven op de zeebodem. In het Dolfinarium krijgen de walrussen 30 tot 40 kilo vis te eten.
- Maximumsnelhied: 30 km per uur in het water
- Vijanden en bedreigingen: Ijsbeer, orka, vervuiling en opwarming van de aarde
- Leefgebied: Noordpool en Noordelijke deel van de Atlantische Oceaan